Items
Persbericht aan Tweede Kamer
door dhr. Van Workum
0PERSBERICHT: Nijmegen, 22 oktober 2006
Vluchtelingen uit Srebrenica slachtoffer van willekeur
De asielzoekers uit Srebrenica die na februari 2000 naar Nederland kwamen, zijn het slachtoffer geworden van willekeur en grove onzorgvuldigheid. Een correcte behandeling van asielaanvragen door de IND was uitzondering, geen regel.
Dat is de belangrijkste conclusie uit een vergelijkende studie naar de dossiers van de zogenoemde ‘late’ vluchtelingen uit Srebrenica. De IND hield zich niet aan de eigen beleidsregels en maakte zich met grote regelmaat schuldig aan schending van het gelijkheids- en zorgvuldigheidsbeginsel. De kwaliteit van gehoren en uitgaande beschikkingen was onder de maat.
Bij de val van de enclave Srebrenica in juli 1995 vonden 8000 Bosnische mannen, vrouwen en jongens de dood. Nederlandse militairen waren niet in staat deze eerste genocide na de Tweede Wereldoorlog op Europese bodem te verhinderen. De presentatie van het NIOD-rapport was in 2002 aanleiding voor het kabinet Kok II om af te treden. Ook de premier van het opvolgende kabinet erkende dat Nederland medeverantwoordelijkheid droeg voor het drama. “Wij zijn tekortgeschoten”.
Tegen deze achtergrond werd in de Tweede Kamer en de vaste kamercommissie voor Justitie de afgelopen jaren met grote regelmaat gedebatteerd over de positie van de ‘late’ vluchtelingen uit Srebrenica, die over het algemeen na februari 2000 maar vóór 1 april 2001 naar Nederland kwamen. De minister van vreemdelingenzaken heeft de Kamer bij herhaling de verzekering gegeven dat de asielaanvragen van deze vluchtelingen uiterst zorgvuldig en ruimhartig zouden worden beoordeeld.
Uit het onderzoek blijkt dat deze bewering niet in overeenstemming is met de feiten. De asielprocedures waren niet zorgvuldig maar integendeel juist zeer onzorgvuldig, net als de herbeoordelingen van de dossiers door de minister in 2003. Evaluatie van de individuele dossiers en vergelijking van de dossiers onderling toont aan dat er in de beoordeling weinig lijn zat. Van ‘ruimhartigheid’ in de beoordeling van de aanvragen is niets gebleken.
Het onderzoek onder de Srebrenica-vluchtelingen strekte zich uit over de dossiers van zowel status- als niet-statushouders. In totaal werden 160 volwassenen geïnterviewd.
De bevindingen van het onderzoek zijn controleerbaar. Dezer dagen worden alle dossiers van de ‘late’ vluchtelingen uit Srebrenica overgebracht naar het gebouw van de Tweede Kamer te Den Haag, waar de stukken op een van de fractiekamers van de Christen Unie zijn in te zien door leden van de Tweede Kamer, alsmede vertegenwoordigers van de pers. Naar ik meen hebben de Tweede Kamer en de Nederlandse pers niet eerder toegang gehad tot een zo groot aantal dossiers uit een gesloten onderzoeksgroep. De dossiers laten zien hoe de door Tweede Kamer beoogde ‘ruimhartigheid’ in de praktijk verkeerde in het tegendeel. De betrachte onzorgvuldigheid leidde tot toevoeging van veel onnodig en onverdiend leed.
Voor meer informatie kunt u zich wenden tot de auteur van het rapport:
F. van Workum
Nieuwe Ubbergseweg 154
6522 KN Nijmegen
freek_van_workum@hotmail.com telefoon 024-3600707/06-43249865/06-12388209