Items
Brief aan Tweede Kamer
Dhr. Van Workum
0Nijmegen, 22 oktober 2006: Aan de leden van de Tweede Kamer
Geachte heer/mevrouw,
In dit rapport, tevens verzoekschrift, vindt u de conclusies van onderzoek naar de wijze waarop de Nederlandse overheid en de minister van vreemdelingenzaken uitvoering hebben aan de op 30 september 2003 aanvaarde motie van het lid Lambrechts. In de motie werd de regering ten tweede male opgedragen “ruimhartigheid” te betrachten bij de herbeoordeling van asielaanvragen van vluchtelingen uit Srebrenica die na 18 februari 2000 ons land binnenkwamen, zulks tegen de achtergrond “van de bijzondere betrokkenheid van Nederland bij degenen die de val van Srebrenica hebben overleefd” en de eerdere erkenning van de “bijzondere status van vluchtelingen uit Bosnië”. Tevens stelde de Kamer zich op het standpunt dat in beginsel diende te worden uitgegaan van vrijwillige terugkeer.
Uit de resultaten van het onderzoek blijkt dat de minister van vreemdelingenzaken de Tweede Kamer onjuist en onvolledig heeft voorgelicht en dat zij en het bestuursorgaan zich schuldig maakten aan willekeur en schending van het gelijkheids- en zorgvuldigheidsbeginsel. De door de Kamer gevraagde “ruimhartigheid” werd niet betracht. Het beleid met betrekking tot de vluchtelingen uit Srebrenica die na 18 februari 2000 naar Nederland kwamen, was er van meet af aan op gericht deze groep te weren. Daarbij zochten de minister van vreemdelingenzaken en de Immigratie en Naturalisatiedienst de grenzen van de wet op en werden deze grenzen naar het oordeel van de rechter vele malen ruimschoots overschreden.
Het onderzoek wijst uit dat er grote manco’s en leemten zitten in de dossiers van de betrokken vluchtelingen. Door de onvolledigheid van de dossiers was het overgrote deel van de asielaanvragen van de vluchtelingen uit Srebrenica bij voorbaat kansloos. In en na 2003 is geen enkele poging gedaan deze feilen te herstellen.
Het onderzoek strekte zich uit over de dossiers van zowel status- als niet-statushouders. De bevindingen van het onderzoek zijn controleerbaar. Dezer dagen worden alle dossiers van de ‘late’ vluchtelingen uit Srebrenica overgebracht naar het gebouw van de Tweede Kamer te Den Haag, waar de stukken zijn in te zien door leden van de Tweede Kamer, alsmede vertegenwoordigers van de pers. Naar ik meen hebben de Kamer en de Nederlandse pers niet eerder toegang gehad tot een zo groot aantal dossiers uit een gesloten onderzoeksgroep. De dossiers laten zien hoe beoogde ‘ruimhartigheid’ verkeerde in willekeur en onzorgvuldigheid en de toevoeging van veel onnodig en onverdiend leed.
Deze rapportage dient mede te worden gezien als adres aan de Tweede Kamer. Ik verzoek de Kamer de minister van vreemdelingenzaken opdracht te geven betrokkenen onverwijld in het bezit te stellen van een verblijfsvergunning.
Met vriendelijke groet, F.T.M. van Workum